Een meisje zit op de bank in de gymzaal terwijl haar klasgenoten rennen en springen. Ze is niet ziek. Ze heeft geen scheermesje, en ze schaamt zich te veel voor het haar op haar benen om haar korte broek aan te trekken. Haar moeder vertelde dit aan onderzoekers van Ipsos I&O.
Wie deze krant verkoopt of koopt, weet dat zulke verhalen niet uitzonderlijk zijn. Volgens de nieuwe Verzorgingsarmoedebarometer kan 18 procent van de Nederlandse volwassenen niet altijd betalen voor shampoo, deodorant of wasmiddel. Dat zijn ruim drie miljoen mensen. Ruim de helft van de ouders onder hen zegde het afgelopen jaar iets af voor hun kind, zoals zwemmen, een speelafspraak of een verjaardag, omdat er geen douchegel of zonnebrand in huis was. Het kind blijft dan thuis, en niemand ziet waarom. Bijna de helft van de ouders merkt dat hun kind zich schaamt tussen leeftijdsgenoten.
Ouders vangen het op door zichzelf weg te cijferen. Twee op de drie zetten de verzorging van hun kind voor die van zichzelf. Twee derde voelt zich daarbij een mislukking. Dat is wrang, want zij schieten niet tekort: het geld schiet tekort. Stichting Armoedefonds noemt het precies zoals het is: wie zich niet kan wassen, raakt buitengesloten.
Kruidvat, dat het onderzoek mee betaalde, doneert producten en houdt tot en met 18 oktober een actie waarbij elk gekocht deelnemend product ook een gezin in nood bereikt. Dat helpt, maar het lost niets op. Een fles shampoo hoort geen gunst te zijn. Wie nu zelf hulp nodig heeft, kan op armoedefonds.nl onder ‘Ik zoek hulp’ vinden welke organisatie in de buurt producten uitdeelt
Zeven maanden woonde Ron Staallekker in een tent. Nu staat hij in een rij voor een huis dat niet bestaat, om te laten zien hoe lang anderen nog wachten.
Het bos bij Rijswijk was zijn adres. Zeven maanden lang. Een tent, regen op het doek, en elke ochtend dezelfde vraag: hoe kom ik hier ooit weer uit?
‘Op het moment dat je je woning kwijtraakt, val je in een soort zwart gat waar je niet meer uitkomt’, zegt Ron Staallekker.
Hij weet nog hoe het voelde. Je hoofd gaat anders werken, vertelt hij. Je kunt niet meer normaal reageren op wat er gebeurt. Iedereen verwacht dat je je zaken op orde brengt, maar dat lukt pas als je een deur achter je dicht kunt doen. Voor Ron kwam die deur pas met een antikraakplek op het terrein van Parnassia. ‘Toen is ook mijn feitelijke herstel pas weer begonnen.’
Een nummer trekken en wachten
Tijdens de Landelijke Actieweek tegen Dakloosheid stond Ron op het Spuiplein. Niet als dakloze man, maar als ervaringsdeskundig cliëntondersteuner bij Straat Consulaat. Samen met anderen trok hij een nummer en sloot hij aan in een wachtrij die nergens heen ging. Boven hun hoofden hing een grote klok. Hoe lang zou jij kunnen wachten op een huis?
In Den Haag is het antwoord op die vraag hard: zes tot zeven jaar, gemiddeld, voor een sociale huurwoning. ‘Voor iemand zonder thuis is dat geen realistische wachttijd’, zegt Straat Consulaat.
Zeven op de tien vallen erbuiten
Volgens de meest recente ETHOS-telling zijn in de regio Den Haag 7.201 mensen dakloos. Bijna duizend van hen zijn kinderen. En ongeveer zeven op de tien passen niet in de huidige aanpak, stelt Straat Consulaat. Wie op de bank van een vriend slaapt, in een auto overnacht of op een vakantiepark woont, telt vaak niet mee. Op papier heb je een dak. In werkelijkheid heb je niets.
Een wekker voor de wethouder
Wethouder Volkshuisvesting Kavish Partiman kreeg tijdens de actie een wekker aangeboden. Een duidelijke hint. Want het beleid is volgens Straat Consulaat al jaren mooi op papier: van opvang naar wonen. Maar in Den Haag gebeurt er volgens belangenbehartiger Lesley Arp nog veel te weinig. ‘Er is gezegd: we willen in 2030 dakloosheid uitbannen. Dan moeten er echt nog flinke stappen worden gezet.’
Straat Consulaat wil dat de gemeente mensen zonder huis nú voorrang geeft bij een sociale huurwoning. Niet wachten tot er in 2028 landelijke regels komen. Eerst wonen, dan de rest. Precies zoals het bij Ron werkte.
En nu?
De actieweek is voorbij, de wachtrij is opgeruimd. Maar op 11 november debatteert de Tweede Kamer over de aanpak van dakloosheid. Dan zien we of de wekker is afgegaan, of dat Den Haag hem opnieuw op snooze zet.
Wie in Rotterdam op straat slaapt, hoefde tot nu toe niet op een bed te rekenen zolang het kwik boven nul bleef. Een gure, natte novembernacht van vier graden? Pech. Dat verandert. Vanaf 1 november gaat de winteropvang aan de Volkelstraat in Overschie elke dag open, vijf maanden lang, ongeacht wat de thermometer zegt. Het is de eerste keer dat de stad zo’n permanente winteropvang heeft. De maatregel komt voort uit het Stadsakkoord Dakloosheid, een plan van elf punten dat een opvallend brede groep partijen ondertekende: coalitiepartijen PRO, D66, VVD, CDA en Volt, maar ook oppositiepartijen PvdD, ChristenUnie, SP en Bij1. Volgens de gemeente slapen er dagelijks 200 tot 300 mensen buiten. Wethouder Astrid Kockelkoren verwacht niet dat iedereen gebruik zal maken van de opvang. Er komen 150 vaste plekken, plus 50 voor arbeidsmigranten uit de EU en 20 voor mensen die via Centraal Onthaal op een woning wachten.
Ook de openingstijden worden ruimer. Waar de deuren eerder om zes uur ‘s avonds opengingen en om negen uur ‘s ochtends weer dichtvielen, kunnen bezoekers straks van vier uur ‘s middags tot elf uur de volgende ochtend binnen blijven. Dat zijn een paar extra uren warmte aan beide kanten van de nacht. De Nico Adriaans Stichting runt de opvang en blijft zorgen voor het vervoer ernaartoe. Dat vervoer ligt wel gevoelig. In de Agniesebuurt klagen bewoners over overlast rond de huidige opstapplek, en daarom overweegt de gemeente nieuwe ophaalpunten. Zo wil ze voorkomen dat de overlast zich op één nieuwe plek gaat ophopen. Gaat het echt vriezen, dan wordt de basisopvang verder uitgebreid.
De woningnood in de regio Haaglanden blijft groot. Op dit moment zoeken ruim 225.000 mensen naar een sociale huurwoning. Toch dreigen duizenden nieuwe woningen niet gebouwd te worden. Woningcorporaties in de regio waarschuwen dat er onvoldoende geld is om alle bouwplannen uit te voeren. Van de afgesproken 25.000 nieuwe sociale huurwoningen is voor ongeveer 13.000 woningen nog geen financiering beschikbaar.
Volgens de corporaties zijn de kosten voor bouwen de afgelopen jaren flink gestegen. Niet alleen bouwmaterialen en grond zijn duurder geworden, ook de arbeidskosten lopen op. Hierdoor zijn de financiële tekorten opgelopen tot miljarden euro’s. Vooral in grote nieuwbouwgebieden, zoals de Binckhorst in Den Haag en de Entree in Zoetermeer, kunnen plannen daardoor vertraging oplopen of zelfs worden geschrapt.
Woningcorporaties, gemeenten en bouworganisaties roepen het kabinet op om in te grijpen. Zij willen meer financiële steun en pleiten onder meer voor het afschaffen van belastingen voor sociale verhuurders. Volgens hen kan dat geld direct worden gebruikt voor de bouw van nieuwe woningen. Zonder extra maatregelen dreigt de woningbouw af te remmen, terwijl de vraag naar betaalbare woningen juist blijft groeien.
De ambitie van het kabinet om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, blijft buiten bereik als de investeringskracht van de woningbouwketen niet wordt versterkt. Dat stelt de Woonalliantie in een oproep aan de Taskforce Versnelling Woningbouw. Woningen worden pas gebouwd als partijen ook daadwerkelijk kunnen investeren. Een gezond investeringsklimaat is geen randvoorwaarde, maar dé bepalende factor om mensen een thuis te bieden.
Een kamer van 350 euro per maand. Voor Hala (21), die als kind zonder haar ouders uit Syrië vluchtte en in een azc belandde, betekende het meer dan een dak. Het betekende rust. Ze woont inmiddels ruim drie jaar bij Lex en Lenie de Boer in Utrecht, die hun kamer bewust niet aan studenten verhuren maar aan jongeren zonder vangnet. Spijt hebben ze geen seconde gehad. Vertrekt Hala straks voor haar rechtenstudie, dan beginnen ze gewoon opnieuw.
Het initiatief Kamers met Aandacht koppelt particuliere verhuurders aan jongeren die dakloos zijn, uit een onveilige thuissituatie komen of de jeugdzorg verlaten. Wat in 2020 begon in twaalf gemeenten, draait nu in 115. Ruim 460 jongeren kregen een plek. Maar ruim 2200 meldden zich aan, en dat verschil groeit. Volgens oprichter Bianca van der Neut zijn de wachtlijsten slechts het zichtbare topje: het werkelijke aantal jongeren in nood ligt veel hoger. Anders dan bij een studentenkamer draait het hier om screening, matchgesprekken en professionele begeleiding — samen zo’n 8500 euro per jongere.
Daar wringt het. Gemeenten betalen mee, soms springt een fonds bij, maar lang niet iedere gemeente wil of kan. In Leeuwarden zijn wél kamers, alleen geen organisatie om jongeren te begeleiden. Van der Neut vraagt om landelijke financiering; Binnenlandse Zaken verwijst terug naar de gemeenten. De bestaande hospitasubsidie wordt met een jaar verlengd, maar die is bedoeld voor voorlichting en bekendheid — juist de begeleidingskosten vallen erbuiten. Zo blijven kamers leeg terwijl jongeren wachten.
De gemeente Den Haag wil de eerste verdieping van het pand aan de Statenlaan 46 in Scheveningen tijdelijk gebruiken voor de opvang van dak- en thuisloze gezinnen. Het gaat om maximaal dertig personen, voor een periode van maximaal vijf jaar. De eigenaar van het voormalige kantoorpand stelt de ruimte kosteloos beschikbaar.
De opvang is bedoeld voor zelfstandige gezinnen van vijf personen of meer die recent dakloos zijn geworden of nu tijdelijk in een hotel verblijven. Volgens de gemeente is extra opvang hard nodig door de groeiende woningnood. Op de locatie komt 24 uur per dag sociaal beheer, zodat er begeleiding is voor de gezinnen en een aanspreekpunt voor omwonenden.
Buurtbewoners kunnen nog meedenken over de plannen. Op 7 juli organiseert de gemeente een buurtgesprek in Het Couvéehuis. Ook zijn er spreekuren op 8 en 9 juli. Na de zomer neemt het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit over de opvanglocatie.
Vanaf 1 april 2026 gelden nieuwe regels voor wonen in Den Haag. Het splitsen van woningen, kamerbewoning en hospitaverhuur worden makkelijker. Hierdoor komen er in de stad snel meer betaalbare woningen bij. Zo kunnen meer mensen passende woonruimte vinden.
Den Haag heeft te weinig woningen. Ook zijn de woningen voor veel inwoners te duur. Daarom past de gemeente de regels aan. Hierdoor kan er snel betaalbare woonruimte worden gemaakt.
Woning splitsen
Vanaf 1 april mogen in meer wijken Hagenaars met een eigen huis hun woning verdelen in 2 of meer zelfstandige woningen. Sinds 2019 mocht dit bijna nergens. Nu mag het weer bijvoorbeeld als de leefbaarheid in de wijk goed is.
Kamerbewoning
Kamerbewoning wordt makkelijker. Voor verhuur aan meer dan 2 personen is nog steeds een vergunning nodig. Maar dit mag nu in veel meer wijken. Het aantal kamers dat per wijk voor kamerbewoning verhuurd mag worden, gaat omhoog: van maximaal 5 naar maximaal 10 procent in een wijk.
Hospitaverhuur
Bij hospitaverhuur woont de verhuurder (hospita) zelf ook in de woning. Vanaf 1 april mag een hospita zonder vergunning woonruimte aan meer dan één persoon verhuren. Dit mag alleen als de huurders bij elkaar horen (een huishouden) of als het gaat om 2 eenpersoonshuishoudens. Hospita’s moeten dit wel melden bij de gemeente.
Voor iedereen een passende woning
Veel mensen wonen niet in de juiste woning. Twintigers blijven bijvoorbeeld thuis wonen omdat ze geen eigen woonruimte kunnen vinden. Dakloze mensen zitten te lang in de noodopvang. Ouderen kunnen geen seniorenwoning vinden. Met deze nieuwe regels komt er snel extra woonruimte bij. Zo kunnen mensen verhuizen naar een passende woning.
Dakloze en onverzekerde mensen krijgen in Nederland nog te vaak niet de medische hulp die zij nodig hebben. Dat terwijl er een regeling bestaat waarmee noodzakelijke zorg gewoon vergoed kan worden.
Voor mensen met een zorgverzekering is de weg naar huisarts of ziekenhuis meestal duidelijk. Voor dakloze mensen is dat vaak een stuk ingewikkelder. Om een zorgverzekering af te sluiten, is inschrijving in de Basisregistratie Personen nodig. Dat kan met een briefadres, maar niet iedereen komt daarvoor in aanmerking of weet hoe dat werkt. Ook zijn er mensen die de premie niet kunnen betalen of ongedocumenteerd zijn.
Toch is er voor onverzekerde mensen wel degelijk een regeling. Zorgverleners kunnen de kosten van medisch noodzakelijke zorg declareren via het CAK. Die vergoeding geldt ook voor dakloze mensen zonder verzekering en dekt bijna alle zorg die normaal onder de basisverzekering valt.
In de praktijk gaat het daar nog vaak mis. Onbekendheid met de regeling, administratieve drempels en vooroordelen zorgen ervoor dat onverzekerde mensen soms alsnog worden weggestuurd of geen hulp krijgen.
Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd krijgen daardoor tienduizenden onverzekerden in Nederland niet altijd de zorg die zij nodig hebben. De inspectie vindt dat zorgorganisaties hun medewerkers beter moeten informeren en beter moeten samenwerken met gemeenten en hulporganisaties.
Elk levensverhaal is het waard om gehoord en gelezen te worden. Dat is het uitgangspunt van vrijwilligersorganisatie Walk of Life. Deze organisatie laat levensverhalen van ‘mensen zonder netwerk’ optekenen en bewaren in een databank.
Volgens initiatiefnemers Zwanine Siedenburg en Arre Zuurmond heeft ieder mens een verhaal dat verteld mag worden. Daarom zijn zij hard op zoek naar interviewers en schrijvers in Rotterdam, Den Haag en Leiden.
Het gaat om kwetsbare medemensen, zoals dak- en thuislozen, drugsverslaafden en mensen met (zware) psychische problemen. Hun levensverhalen worden verzameld in een database, zodat ze niet verloren gaan.
De verhalen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt bij een uitvaart. Daarnaast worden ze opgeslagen in verschillende stadsarchieven. Zo kunnen historici over honderd jaar nog lezen hoe kwetsbare mensen in onze steden leefden.
“Ik kon mijn hele leven kopen wat ik wou en nu heb ik niets meer en ben ik afhankelijk van het Leger des Heils. Van mijn uitkering houd ik € 80,- per week over. Ik kan niet eens wat lekkers bij mijn biertje kopen.”
Gelukkig kan Arthur ook zeggen dat hij voor zijn zoon een voorbeeld is als het gaat om doorzettingsvermogen. Tijdens zijn carrière als glazenwasser stortte hij drie keer volledig in, maar drie keer begon hij opnieuw. Ook was hij ruim een jaar verslaafd aan cocaïne, waar hij zelf van af wist te komen.
“Ik ben een knokker.” — Uit het sociaal testament van de 65-jarige Arthur uit Rotterdam
Op dit moment is Walk of Life, Levensverhalen al actief in de regio’s Amsterdam, Apeldoorn, Haarlem, Leiden, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen/Arnhem.
Vooral in de regio’s Rotterdam, Den Haag en Leiden worden nieuwe interviewers en schrijvers gezocht. Het gaat om mensen met een open blik, die nieuwsgierig zijn en oprechte belangstelling hebben voor anderen.
Geïnteresseerden kunnen zich melden bij projectleider Zwanine Siedenburg via:contact@walkoflife.nu.