Een kamer van 350 euro per maand. Voor Hala (21), die als kind zonder haar ouders uit Syrië vluchtte en in een azc belandde, betekende het meer dan een dak. Het betekende rust. Ze woont inmiddels ruim drie jaar bij Lex en Lenie de Boer in Utrecht, die hun kamer bewust niet aan studenten verhuren maar aan jongeren zonder vangnet. Spijt hebben ze geen seconde gehad. Vertrekt Hala straks voor haar rechtenstudie, dan beginnen ze gewoon opnieuw.
Het initiatief Kamers met Aandacht koppelt particuliere verhuurders aan jongeren die dakloos zijn, uit een onveilige thuissituatie komen of de jeugdzorg verlaten. Wat in 2020 begon in twaalf gemeenten, draait nu in 115. Ruim 460 jongeren kregen een plek. Maar ruim 2200 meldden zich aan, en dat verschil groeit. Volgens oprichter Bianca van der Neut zijn de wachtlijsten slechts het zichtbare topje: het werkelijke aantal jongeren in nood ligt veel hoger. Anders dan bij een studentenkamer draait het hier om screening, matchgesprekken en professionele begeleiding — samen zo’n 8500 euro per jongere.
Daar wringt het. Gemeenten betalen mee, soms springt een fonds bij, maar lang niet iedere gemeente wil of kan. In Leeuwarden zijn wél kamers, alleen geen organisatie om jongeren te begeleiden. Van der Neut vraagt om landelijke financiering; Binnenlandse Zaken verwijst terug naar de gemeenten. De bestaande hospitasubsidie wordt met een jaar verlengd, maar die is bedoeld voor voorlichting en bekendheid — juist de begeleidingskosten vallen erbuiten. Zo blijven kamers leeg terwijl jongeren wachten.
Bron: NOS.nl